Het Lutheranisme in Nederland is al vrij
snel in Nederland gekomen. In 1523 kwam een Lutherse beweging in
Antwerpen op gang. Luthers werken werden daar verdrukt en verbreid.
Enkele Lutheranen werden ter dood veroordeeld en op de brandstapel
verbrand. Maar uiteindelijk komt in in 1566 tot de oprichting van
een Lutherse gemeente in Antwerpen. Na diverse strubbelingen
verdween deze gemeente in 1585 voorgoed, toen Spanjaarden de stad
innamen en alle niet-Rooms-Katholieken verdreven.
In de noordelijke Nederlanden ontstond in Woerden een Lutherse
gemeente, omdat Woerden en omgeving eigen waren geworden van een
Duitse graaf. In diverse steden, o.a. Middelbrug, Leiden, Rotterdam,
Utrecht, Amsterdam, vestigden zich Lutherse vluchtelingen. In deze
tijd werden deze gemeentes tegengewerkt door de gereformeerde
(staats)kerk in Nederland. In 1648 verscheen een Lutherse Bijbel in
het Nederlands. De kerk van Amsterdam, de grootste, nam het bestuur
van de gehele Lutherse kerk in Nederland op zich.
Door de tijd heen werd het aantal Lutherse gemeenten uitgebreid,
veel ook door aanwas van Duitse en Scandinavische handelslieden en
Arbeiders. Theologisch gezien werd de kerk sterk beinvloed door
Duitsland, waar sprake was van opkomend pietisme, maar ook van
opkomend rationalisme. Dit rationalisme leidde in 1791 tot een
kerkscheuring in Amsterdam.
Enkele gemeenten sloten zich bij de afsplitsing aan, waardoor nu
zowel de Evangelisch-Lutherse kerk als de Hersteld
Evangelisch-Lutherse kerk ontstond. Er werd een bond voor in- en
uitwendige zending opgericht, waar onder ander zondagsscholen,
jeugdwerk, en andere activiteiten uit voorkwamen, en ze zette zich
in voor stichting van nieuwe gemeenten. De uitwendige zending
richtte zich in 1889 op Nederlands Oost Indie (Batu-eilanden). In
1886 werd de Lutherse diakonesseninrichting in Amsterdam gesticht.
Deze zusters werkten door het hele land. Ondertussen werden de
tegenstellingen tussen de vrijzinnigen en rechtzinnigen in de kerken
steeds groter.
Na de tweede wereldoorlog werd in 1947 de Lutherse Wereldfedratie (LWF)
opgericht. In 1952 sloten beide Lutherse kerken in Nederland zich
daarbij aan, met het gevolg dat beide kerken weer 1 werden. In 1956
werd dit bezegeld met een nieuwe kerkorde. In 1955 verscheen een
nieuw gezangboek.
Maar de secularisatie liet de Lutherse Kerk niet ongemoeid, het
kerkbezoek kelderde, gebouwen moesten afgestoten worden, de Lutherse
kerk ging zich breder en oecumenisch orienteren wat onder andere
heeft geleid tot een gezangen en psalmboek dat tezamen met de
Gereformeerde Kerk, Hervormde Kerk, Doopsgezinde societeit, en
Remonstrantse broederschap tot stand kwam: Het Liedboek voor de
Kerken (1973) . In 1957 bereikte de Evangelisch-Lutherse kerk een
consensus over Avondmaal en Doop met de Hervormde Kerk.
In 1985 heeft de synode besloten zich aan te sluiten bij het Samen
Op Weg (SOW) proces van de Hervormde en Gereformeerde kerk. Dit
heeft uiteindelijk tot een eenwording geleid. Op 1 mei 2004 zijn de
3 kerken 1 geworden: de Protestantse Kerk in Nederland PKN . In deze
nieuwe kerk hebben de Lutheranen onder andere hun eigen confessie
ingebracht. Zo staan in de deze kerk de gereformeerde en Lutherse
belijdenisgeschriften naast elkaar. Omdat de Lutheranen getalsmatig
erg klein zijn, zijn er diverse regelingen, die moeten voorkomen dat
het Lutherse gedachtegoed onder de voet gelopen wordt.
Een aantal Evangelisch-Lutherse gemeenten is of gaat op plaatselijk
niveau samenwerkingen aan met Gereformeerde of Hervormde gemeenten.
In een aantal gevallen leiden die samenwerkingen tot een
plaatselijke fusie, zodat plaatselijk een protestantse gemeente
ontstaat, een voorbeeld hiervan is Weesp, waarbij 2 hervormde
wijkgemeenten, (gedeeltelijk gereformeerde bond) de Gereformeerde
Kerk en de Evangelisch-Lutherse Gemeente gezamenlijk verder gaan.
|