Achtergrond Maarten Luther
In 1483 werd Maarten Luther in een uit een
boerenachtergrond stammende mijnwerkersfamilie in Eisleben geboren.
Vanaf 1488 bezoekt hij de Latijnse school te Mansfeld. In
Maagdenburg en later in Eisenach vervolgt hij zijn schooljaren.
Sedert 1501 studeert hij in Erfurt met het doel jurist te worden.
Toch brak de jonge man in 1505 volledig met dit voornemen, om in het
Augustijnerklooster te Erfurt in te treden. Met deze beslissing die
door het zijn hele leven stempelende zoeken naar een genadige God en
zijn wil bepaald was, begon de ontwikkeling tot hervormer van de
kerk. Eigen negatieve ervaringen met de kerkelijke genademiddelen
bewerkten naast groeiende kritiek op kerkelijke misstanden voor
alles een gedegen discussie met de Middeleeuwse theologie.
De openlijke kritiek op het misbruik van de aflaat in 1517 leidde,
in plaats van het gesprek waar op gehoopt werd, tot de opening van
het ketterproces dat met het uitspreken van de kerkelijke ban en de
rijksban in 1521 werd afgesloten. Om Luthers leven te beschermen,
gebood keurvorst Frederik een voorgewende overval. Bijna een jaar
lang leefde Luther als jonker Jörg op de Wartburch. Daar vertaalde
hij het Nieuwe Testament in de Duitse taal.
De zichtbare breuk in het persoonlijk leven met het bestaan van een
monnik heeft Luther met zijn huwelijk met de voormalige non
Katharina van Bora bekrachtigd. Daarmee was het fundament voor het
evangelische predikantsgezin gelegd. Na de door Luther afgewezen
boerenopstand in 1525 bevorderde de hervormer met visitaties en
kerkorden de opbouw van de evangelische landskerken. In februari
1546 is hij in zijn geboortestad Eisleben gestorven. Op bevel van de
keurvorst werd Luther in de Slotkerk te Wittenberg begraven.
Met de vertaling van de Bijbel in de Duitse taal, verwierf Luther
zich blijvende roem vanwege de vereniging van de Duitse taal.
Ongeveer 70 miljoen gelovigen op alle alle vijf continenten worden
op het ogenblik gerekend tot de Lutherse kerken.
Het leven Maarten Luther is verfilmd in de film "Luther".
De Lutherroos (linker bovenhoek) Het binnenste is een kruis, geheel in zwart; het staat in een hart, dat
zijn natuurlijke kleur heeft - om mijzelf steeds in herinnering te
brengen dat het geloof in de gekruisigde ons zalig maakt. Want wie van
harte gelooft, wordt gerechtvaardigd. Al is het een zwart kruis, dat
doet afsterven en pijn moet doen, toch laat 't dat hart zijn kleur
behouden, het verderft de natuur niet dat is, het maakt ons niet dood,
maar behoudt ons ten leven. De rechtvaardige leeft immers door zijn
geloof, maar alleen door zijn geloof in de gekruisigde. Zulk een hart nu
moet midden in een witte roos staan om aan te duiden dat het geloof
vreugde, troost en vrede geeft, en ons zonder meer in een witte
vreugdevolle roos zet. Dit is een andere vreugde en vrede dan de wereld
geeft, daarom moet de roos ook wit en niet rood zijn, want wit is de
kleur van de geesten en van alle engelen. Zo'n roos staat in een
hemelsblauw veld om duidelijk te maken dat we in de geest en in het
geloof reeds nu deel hebben aan de komende hemelse vreugde: we zijn er
reeds in, levende in de hoop, al is het nog niet openbaar. En om dat
blauwe veld een gouden ring, waarmee gezegd wordt dat die zaligheid in
de hemel eeuwig duurt en geen einde heeft en zoveel kostelijker is dan
alle aardse vreugde en genot, als het goud schoner en kostbaarder is dan
alle andere metalen.
Bron: Maarten Luther 1530 (in een brief aan Justus Jonas)
|