Schuilkerk
De barmhartige Samaritaan - een bekend verhaal en een zeer geliefd verhaal ook bij mensen die verder wat gereserveerd staan tegenover het christelijk geloof maar wel een verhaal waarin de ambtsdragers er niet goed vanaf komen terwijl het vandaag toch bij uitstek een zondag is om iets aardigs over en tegen de ambtsdragers te zeggen... Laten we daarom eerst maar eens bekijken hoe dat precies zit waarom Jezus de priester en de leviet opvoert in zijn verhaal en dan op een kritische manier. Wat is eigenlijk de reden voor de priester en de leviet in de gelijkenis om met een boog om de gewonde man heen te lopen? Je leest vaak – en ik vind dat zelf ook het meest aannemelijk – dat zij zich niet willen verontreinigen - de gewonde man lag half dood langs de weg; Jezus zegt het echt letterlijk zo - ze konden zomaar niet zien of hij misschien bezweken was aan zijn verwondingen - en als priester of leviet zouden ze zich ernstig verontreinigen door een dode aan te raken - omdat ze beschikbaar willen blijven voor de dienst aan God zijn ze niet beschikbaar voor hulp aan hun naaste... Ik denk dat dit erachter zit ook omdat dit precies aansluit bij het gesprek van Jezus met de wetgeleerde. Het begint met een vraag van de wetgeleerde: wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven? Jezus stelt een tegenvraag: wat staat er in de wet? De wetgeleerde antwoordt met een bekende samenvatting: God liefhebben met alles wat in je is en je naaste als jezelf. De priester en de leviet geven voorrang aan God, maar Jezus maakt met dit verhaal duidelijk dat de liefde voor God niet kan bestaan zonder liefde voor de naaste. Voor zichzelf hebben ze hier een sluitende redenering voor, maar hoe goed een redenering ook mag klinken, als de naaste er de dupe van wordt dan deugt de redenering niet. Jezus gebruikt de priester en de leviet in zijn verhaal om dit punt duidelijk te maken. Zij stonden beroepshalve om zo te zeggen dicht bij God, maar ze maakten de grote vergissing om daardoor afstand te bewaren tot hun naaste. Het is een rode draad in het onderwijs van Jezus dat dat niet kan. Bedenk je onderweg naar het altaar dat je broeder iets tegen je heeft, maak het eerst goed met die broeder en breng dan je offer. Het is ook een rode draad in Jezus’ eigen optreden Hij weigerde afstand te houden van tollenaars en zondaars. Ik geloof niet dat speciaal de ambtsdragers het moeten ontgelden bij Jezus: - ze spelen een rol in zijn verhaal omdat zij gemakkelijk symbool kunnen staan voor de onterechte loskoppeling van liefde voor God en liefde voor de naaste. Ik denk niet dat dit vandaag speciaal bij ambtsdragers een risico is Als er op dit vlak vandaag al iets aan de hand is, dan is het eerder de factor tijd dat de naastenliefde erbij inschiet omdat we er niet aan toekomen, er geen tijd voor hebben, of dénken dat we er geen tijd voor hebben. Dat kan bij ambtsdragers in de kerk het geval zijn, met alles waar ze het druk mee hebben (dan denk ik ook aan mezelf) maar zeker niet alleen bij hen. Er zijn wel experimenten gedaan naar aanleiding van deze gelijkenis - bijvoorbeeld van studenten die college zouden krijgen over dit verhaal en dat dan ergens in de gangen van de universiteit iemand lag die hulp nodig had, tenminste een acteur die dat speelde.. - en hoeveel studenten dan toch gewoon doorliepen. Zulk soort experimenten hebben ook aangetoond: hoe nadrukkelijker de studenten of bezoekers van een lezing wisten dat ze ruim de tijd hadden, hoe vaker ze bleven stilstaan bij de gewonde. Volgens mij zie je het ook in de kerk - er zijn mensen die er bewust voor zorgen dat ze tijd hebben voor anderen. - die niet hun hele agenda vol plannen met werk en dingen voor zichzelf. - en deze mensen merken veel vaker en veel beter op wat er speelt, bij wie er iets aan de hand is, waar hulp nodig is of nog vaker: aandacht. - het is heel praktisch, maar onderschat het belang ervan niet. - de Samaritaan heeft ruimte en maakt ruimte voor de hulp aan de gewonde man. - hij gooit trouwens niet zijn hele reisschema overhoop: de volgende dag gaat hij zelf weer verder en laat de gewonde bij de herbergier. - zijn eigen leven en werk gaan door, maar hij heeft ruimte. - dat is wel een belangrijke les en zeker niet alleen voor ambtsdragers... Wat denkt de wetgeleerde eigenlijk te bereiken met zijn vraag: wie is mijn naaste? - het was een vraag waar de Joodse Schriftgeleerden over discussieerden - en het was gangbaar om bij naasten te denken aan Joden en aan vreemdelingen die zich binnen Israël gevestigd hadden en zich in belangrijke mate hadden aangepast - de wetgeleerde heeft waarschijnlijk geproefd dat Jezus de cirkel wel eens veel ruimer zou kunnen trekken - misschien zo ruim dat hij Hem verdacht zou kunnen maken Wie is mijn naaste – het is een vraag die alleen maar vanuit een positie van luxe kan worden gesteld - hoever moet ik erin gaan om mensen als mijn naaste te beschouwen? - waarschijnlijk heeft de wetgeleerde die luxe niet eens door, maar intussen is het wel zo - hoever ben ik bereid om de kring te trekken? - blijkbaar verkeer ik in de positie dat ik kan kiezen, in elk geval verbeeld ik mij dat - zijn mijn naasten alleen mijn familieleden? met de rest van de wereld bemoei ik mij niet? - zijn mijn naasten alleen mijn geloofsgenoten? sorry voor de anderen maar daar kan ik niet aan beginnen, die moeten maar voor elkaar zorgen? - zijn mijn naasten alleen mijn volksgenoten? of zal ik ook vluchtelingen hulp bieden? alle vluchtelingen? of hanteer ik een quotum? - maak ik geld over naar een goed doel en waar trek ik dan een grens? - het is de luxe van kunnen kiezen; daar hoort die vraag bij Maar als antwoord op de vraag van de wetgeleerde begint Jezus een verhaal te vertellen - een verhaal, daarmee haalt hij de vraag al uit de sfeer van een discussie en trekt hem het leven zelf in - geen theologische beschouwing maar een voorbeeld uit de praktijk - en vervolgens blijkt dat verhaal niet te gaan over iemand die ook eens uitgebreid kan nadenken, bijvoorbeeld over de vraag: moet ik een Romein ook als mijn naaste zien? - of een Samaritaan, zou ik Samaritanen tot mijn naasten moeten rekenen? - nee, het verhaal gaat over iemand die onderweg wordt beroofd en half dood langs de kant van de weg wordt achtergelaten - verdwenen alle luxe om te bepalen wie je wel of niet als je naaste zou willen zien! - voor zover de man nog helder is, wordt hij maar door één gedachte beheerst: laat er alsjeblieft iemand voorbijkomen die mij helpt, anders ga ik dood! - weg alle luxe van mensen indelen in hokjes en groepen, weg alle afwegingen ‘die help ik wel, die moet z’n hulp maar ergens anders zoeken’ - als je daar half dood ligt, maakt het je niet uit door wie je geholpen wordt - dan ben je blij met élke naaste - vergelijk het maar met de sfeer van Jesaja 33: - o Heer, wees ons genadig, op U vestigen wij onze hoop de wegen liggen verlaten, op de paden bevindt zich niemand meer - als dat je situatie is, waar blijf je dan met je beschouwingen? - heb je wel ooit beseft hoe hard jij een naaste nódig kunt hebben?! Zo ontmaskert Jezus de luxe van de vraag van de wetgeleerde - en onze luxe als wij op dezelfde manier redeneren - en er vanzelfsprekend van uitgaan dat wij de sterkere partij zijn die kan bepalen welke zwakkeren door ons geholpen worden - Jezus draait de verhoudingen om - en elke indeling en afbakening die we nu nog zouden willen hanteren wordt belachelijk - als je het slachtoffer bent, doet het er allemaal niet toe - het valt in een theologische discussie niet te verdedigen - en dus krijgt de wetgeleerde Jezus ook niet klem met zijn vraag Uiteindelijk draait Jezus ook de vraag van de wetgeleerde om - niet: wie is mijn naaste, maar: wie is de naaste geworden van het slachtoffer? - en met die vraag worden we allemaal geconfronteerd want een naaste laat zich niet definiëren, een naaste kun je alleen zíjn. Ds Dirk Ophoff
Schuilkerk
VAN DE DOMINEE
De barmhartige Samaritaan - een bekend verhaal en een zeer geliefd verhaal ook bij mensen die verder wat gereserveerd staan tegenover het christelijk geloof maar wel een verhaal waarin de ambtsdragers er niet goed vanaf komen terwijl het vandaag toch bij uitstek een zondag is om iets aardigs over en tegen de ambtsdragers te zeggen... Laten we daarom eerst maar eens bekijken hoe dat precies zit waarom Jezus de priester en de leviet opvoert in zijn verhaal en dan op een kritische manier. Wat is eigenlijk de reden voor de priester en de leviet in de gelijkenis om met een boog om de gewonde man heen te lopen? Je leest vaak – en ik vind dat zelf ook het meest aannemelijk – dat zij zich niet willen verontreinigen - de gewonde man lag half dood langs de weg; Jezus zegt het echt letterlijk zo - ze konden zomaar niet zien of hij misschien bezweken was aan zijn verwondingen - en als priester of leviet zouden ze zich ernstig verontreinigen door een dode aan te raken - omdat ze beschikbaar willen blijven voor de dienst aan God zijn ze niet beschikbaar voor hulp aan hun naaste... Ik denk dat dit erachter zit ook omdat dit precies aansluit bij het gesprek van Jezus met de wetgeleerde. Het begint met een vraag van de wetgeleerde: wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven? Jezus stelt een tegenvraag: wat staat er in de wet? De wetgeleerde antwoordt met een bekende samenvatting: God liefhebben met alles wat in je is en je naaste als jezelf. De priester en de leviet geven voorrang aan God, maar Jezus maakt met dit verhaal duidelijk dat de liefde voor God niet kan bestaan zonder liefde voor de naaste. Voor zichzelf hebben ze hier een sluitende redenering voor, maar hoe goed een redenering ook mag klinken, als de naaste er de dupe van wordt dan deugt de redenering niet. Jezus gebruikt de priester en de leviet in zijn verhaal om dit punt duidelijk te maken. Zij stonden beroepshalve om zo te zeggen dicht bij God, maar ze maakten de grote vergissing om daardoor afstand te bewaren tot hun naaste. Het is een rode draad in het onderwijs van Jezus dat dat niet kan. Bedenk je onderweg naar het altaar dat je broeder iets tegen je heeft, maak het eerst goed met die broeder en breng dan je offer. Het is ook een rode draad in Jezus’ eigen optreden Hij weigerde afstand te houden van tollenaars en zondaars. Ik geloof niet dat speciaal de ambtsdragers het moeten ontgelden bij Jezus: - ze spelen een rol in zijn verhaal omdat zij gemakkelijk symbool kunnen staan voor de onterechte loskoppeling van liefde voor God en liefde voor de naaste. Ik denk niet dat dit vandaag speciaal bij ambtsdragers een risico is Als er op dit vlak vandaag al iets aan de hand is, dan is het eerder de factor tijd dat de naastenliefde erbij inschiet omdat we er niet aan toekomen, er geen tijd voor hebben, of dénken dat we er geen tijd voor hebben. Dat kan bij ambtsdragers in de kerk het geval zijn, met alles waar ze het druk mee hebben (dan denk ik ook aan mezelf) maar zeker niet alleen bij hen. Er zijn wel experimenten gedaan naar aanleiding van deze gelijkenis - bijvoorbeeld van studenten die college zouden krijgen over dit verhaal en dat dan ergens in de gangen van de universiteit iemand lag die hulp nodig had, tenminste een acteur die dat speelde.. - en hoeveel studenten dan toch gewoon doorliepen. Zulk soort experimenten hebben ook aangetoond: hoe nadrukkelijker de studenten of bezoekers van een lezing wisten dat ze ruim de tijd hadden, hoe vaker ze bleven stilstaan bij de gewonde. Volgens mij zie je het ook in de kerk - er zijn mensen die er bewust voor zorgen dat ze tijd hebben voor anderen. - die niet hun hele agenda vol plannen met werk en dingen voor zichzelf. - en deze mensen merken veel vaker en veel beter op wat er speelt, bij wie er iets aan de hand is, waar hulp nodig is of nog vaker: aandacht. - het is heel praktisch, maar onderschat het belang ervan niet. - de Samaritaan heeft ruimte en maakt ruimte voor de hulp aan de gewonde man. - hij gooit trouwens niet zijn hele reisschema overhoop: de volgende dag gaat hij zelf weer verder en laat de gewonde bij de herbergier. - zijn eigen leven en werk gaan door, maar hij heeft ruimte. - dat is wel een belangrijke les en zeker niet alleen voor ambtsdragers... Wat denkt de wetgeleerde eigenlijk te bereiken met zijn vraag: wie is mijn naaste? - het was een vraag waar de Joodse Schriftgeleerden over discussieerden - en het was gangbaar om bij naasten te denken aan Joden en aan vreemdelingen die zich binnen Israël gevestigd hadden en zich in belangrijke mate hadden aangepast - de wetgeleerde heeft waarschijnlijk geproefd dat Jezus de cirkel wel eens veel ruimer zou kunnen trekken - misschien zo ruim dat hij Hem verdacht zou kunnen maken Wie is mijn naaste – het is een vraag die alleen maar vanuit een positie van luxe kan worden gesteld - hoever moet ik erin gaan om mensen als mijn naaste te beschouwen? - waarschijnlijk heeft de wetgeleerde die luxe niet eens door, maar intussen is het wel zo - hoever ben ik bereid om de kring te trekken? - blijkbaar verkeer ik in de positie dat ik kan kiezen, in elk geval verbeeld ik mij dat - zijn mijn naasten alleen mijn familieleden? met de rest van de wereld bemoei ik mij niet? - zijn mijn naasten alleen mijn geloofsgenoten? sorry voor de anderen maar daar kan ik niet aan beginnen, die moeten maar voor elkaar zorgen? - zijn mijn naasten alleen mijn volksgenoten? of zal ik ook vluchtelingen hulp bieden? alle vluchtelingen? of hanteer ik een quotum? - maak ik geld over naar een goed doel en waar trek ik dan een grens? - het is de luxe van kunnen kiezen; daar hoort die vraag bij Maar als antwoord op de vraag van de wetgeleerde begint Jezus een verhaal te vertellen - een verhaal, daarmee haalt hij de vraag al uit de sfeer van een discussie en trekt hem het leven zelf in - geen theologische beschouwing maar een voorbeeld uit de praktijk - en vervolgens blijkt dat verhaal niet te gaan over iemand die ook eens uitgebreid kan nadenken, bijvoorbeeld over de vraag: moet ik een Romein ook als mijn naaste zien? - of een Samaritaan, zou ik Samaritanen tot mijn naasten moeten rekenen? - nee, het verhaal gaat over iemand die onderweg wordt beroofd en half dood langs de kant van de weg wordt achtergelaten - verdwenen alle luxe om te bepalen wie je wel of niet als je naaste zou willen zien! - voor zover de man nog helder is, wordt hij maar door één gedachte beheerst: laat er alsjeblieft iemand voorbijkomen die mij helpt, anders ga ik dood! - weg alle luxe van mensen indelen in hokjes en groepen, weg alle afwegingen ‘die help ik wel, die moet z’n hulp maar ergens anders zoeken’ - als je daar half dood ligt, maakt het je niet uit door wie je geholpen wordt - dan ben je blij met élke naaste - vergelijk het maar met de sfeer van Jesaja 33: - o Heer, wees ons genadig, op U vestigen wij onze hoop de wegen liggen verlaten, op de paden bevindt zich niemand meer - als dat je situatie is, waar blijf je dan met je beschouwingen? - heb je wel ooit beseft hoe hard jij een naaste nódig kunt hebben?! Zo ontmaskert Jezus de luxe van de vraag van de wetgeleerde - en onze luxe als wij op dezelfde manier redeneren - en er vanzelfsprekend van uitgaan dat wij de sterkere partij zijn die kan bepalen welke zwakkeren door ons geholpen worden - Jezus draait de verhoudingen om - en elke indeling en afbakening die we nu nog zouden willen hanteren wordt belachelijk - als je het slachtoffer bent, doet het er allemaal niet toe - het valt in een theologische discussie niet te verdedigen - en dus krijgt de wetgeleerde Jezus ook niet klem met zijn vraag Uiteindelijk draait Jezus ook de vraag van de wetgeleerde om - niet: wie is mijn naaste, maar: wie is de naaste geworden van het slachtoffer? - en met die vraag worden we allemaal geconfronteerd want een naaste laat zich niet definiëren, een naaste kun je alleen zíjn. Ds Dirk Ophoff