Schuilkerk
BIJ DE DIENSTEN
Inmiddels is er een aantal diensten te zien op ons eigen You Tube kanaal Lutherse kerk Gorinchem Dienst Ds Erwin de Fouw Kerkdienst 11-4-2021 Ds. E. de Fouw - YouTube Dienst Ds Marloes Meijer uit Engelen: Kerkdienst 30-05-2021 ds. M.Meijer - YouTube Dienst Pastor Pieter Visschers: Kerkdienst 20-6-2021 Pastor Pieter Visschers - YouTube
Preek 22 mei 2022 Gorinchem Ds Marloes Meijer, Engelen In pdf formaat: Overdenking 22 mei 2022 Preek Gert Landman 18 september 2022: Preek Maarten Diepenbroek 22 september 2022: Broeders en zusters, We hebben gezongen: Gij die de schoonheid zelve zijt. Ik heb U lief, o wonderschone, o schoonste licht, gezegend aangezicht. Daar kun je ook de opluchting in voelen van die melaatsen uit het evangelie: weer kunnen zingen van schoonheid, van een schoon aangezicht. Juist als je jarenlang hebt moeten voelen dat je niet om aan te zien was, als mensen de andere kant op keken als ze jou zagen, met je geschonden gelaat. Met je melaatsheid, die voortschrijdende aantasting van je huid, waardoor je op het laatst ook zelf niet meer in de spiegel wilde kijken. Misschien dat bijvoorbeeld mensen met wijnvlekken of een verbrand gezicht daar iets van meemaken: altijd vreemde blikken, of zelfs afgrijzen in de ogen van anderen je moet behoorlijk sterk in je schoenen staan om dan geen afkeer van jezelf krijgen. Of, in de voorbeelden van de profeet Jesaja, de vreemdeling die zegt: De Eeuwige zondert mij zeker af van zijn volk; en de kinderloze, die zegt: ik ben maar een dorre boom. Er zijn allerlei mensen die iets van zichzelf vreselijk vinden, die hun eigen spiegelbeeld haten. Moet je eens kijken, geen gezicht. Iedereen lacht me uit. Dan kunnen anderen nog zo hard roepen: welnee, je bent niet te dik, je bent niet te mager, je bent niet lelijk, je wordt helemaal niet uitgelachen toch kunnen mensen dat zo voelen. Elke blik die ze op zich gericht zien, lezen ze als meewarig. Elke gefronste wenkbrauw is afkeurend in hun richting. Moet je zien hoe ze kijken! Als ik dan met zo iemand meekijk, zie ik zelf niets bijzonders. Die kijkende mensen zijn waarschijnlijk niet eens met hen bezig. Maar wie onzeker is, een lage dunk van zichzelf heeft, ziet overal spot en hoon, hoort mensen lachen en denkt meteen: zie je wel, ze lachen om mij . Waar je bang voor bent, zie je ook gebeuren. Alsof je het oproept: ze moeten me niet. Buitengesloten ben ik, lelijk ben ik - een soort melaatse. Die melaatsen, bij Lucas zijn dat er tien. Tien is in de joodse traditie het benodigde aantal voor een gebedsdienst van de gemeenschap. Dat maakt melaats zijn nu zo erg: dat je van de gemeenschap uitgesloten bent. Je mag niet eens meedoen met bidden. Geen contact met mensen en zelfs niet met God. Met zijn tienen zouden deze mensen een teken kunnen zijn van Gods Koninkrijk, bijeen in lofzang en gebed. Maar juist dat mag niet. En nu zijn ze op een andere manier bijeen, buiten de officiële samenkomst. Niet de lofzang, maar hun nood brengt hen samen; hun gebed is een kyrie-gebed: Meester, ontferm U over ons! En dan gebeurt er iets vreemds. Jezus stuurt ze naar de priester. Juist waar ze niet mogen komen, de samenkomst waar het getal tien vereist is, daar moeten ze met zijn tienen verschijnen om God de eer te geven, als een kleine gemeente die God mag danken voor zijn zegen over hun ellendige bestaan. Ze worden alleen niet ter plekke door Jezus genezen. Ga en laat je zien, zegt Hij. Pas wanneer ze op weg gaan, gebeurt het: Terwijl ze gingen, werden ze gereinigd. Ze moeten zelf iets doen. Zelf erin geloven. Terwijl ze nog steeds ziek zijn, moeten ze op weg naar de priester om hun genezing te laten vaststellen. Jezus doet een beroep op hun eigen inzet, hun wil om verder te komen, hun geloof in het woord van de Heer. Vandaar dat Jezus ook zegt tegen die ene die terugkomt om hem te danken: je geloof heeft je gered. Dat is beslissend: zijn geloof. Zijn durf om met zijn misvormde gezicht, zijn zieke lijf op weg te gaan. Gewoon te doen wat Jezus zegt, in het vertrouwen dat het goed komt. Het is alsof Jezus die mensen al gezond ziet. En dat ze dat ook worden wanneer ze naar zichzelf durven kijken, met zijn ogen. En dat geldt voor al die mensen die zichzelf lelijk vinden of ontoonbaar of belachelijk in de ogen van anderen. Hoe anders zou het worden als ze konden toelaten, durfden te voelen dat er ogen vol liefde op hen gericht zijn. Waar hun lage zelfbeeld hen ertoe brengt om overal meewarige ogen te zien - dat ze nu blikken ontvangen die hen aanmoedigen: ik zie wat in jou, je bent een prachtig kind van God! Jezus kijkt niet vol afgrijzen maar aanvaardend en bezielend. Kom op, kom overeind, ik zie een mooi mensenkind, wees dat dan ook! Laat je ware gezicht zien. Het gezicht dat zo lang verborgen is geweest, bedolven onder een dikke laag angst of onzekerheid, schaamte of zelfmedelijden. Dat ware gezicht kan weer worden opgedolven door Jezus, en door ieder die Hem navolgt in zijn acceptatie van mensen. Onder het stof vandaan gehaald, of onder welke negatieve laag iemands gezicht ook maar bedolven was. Delf mijn gezicht op, maak mij mooi. Zeg mij dat ik gerust mijzelf kan laten zien. Aan de priesters, aan de gemeenschap, aan alle mensen. Zeg me dat ik de moeite waard ben. Zeg het mij alsjeblieft, in Jezus’ naam. Ik wil het van een ander horen. Iemand die iets in mij ziet. Delf mijn gezicht op. Laat mij niet stikken achter het masker dat ik draag. Ontmasker mij. Misschien stribbel ik wel tegen. Omdat het zo bloot voelt zonder mijn masker, zonder al die gezichten die ik heb leren trekken om te overleven. Mijn stoere gezicht. Mijn gedweeë gezicht. Mijn poeslieve gezicht. Mijn ondoorgrondelijke gezicht. Maar ik wil veel liever wèl doorgrond worden. Doorgrond en ken mijn hart, o God. Ontwapen mij, vind mij, laat mij tevoorschijn komen. En dan klinkt die stem die mij uitdaagt: ga dan. Trek erop uit. Laat jezelf zien. Toe maar. Durf maar. Durven wij? Gaan wij als die melaatsen uit onze gebrokenheid op weg naar heelheid? Durven wij daarin te geloven, ook als we nu nog vooral gebrokenheid zien? Geloven is vertrouwen op wat je nog niet ziet. Niet wachten tot Gods Koninkrijk aanbreekt, maar in zee durven gaan met een woord. Het woord van iemand die ons ziet. Die iets ziet in ons. Die ons aanspoort iets in elkaar te zien. Die ons op weg stuurt, naar anderen toe. Iemand die zelf ook op weg ging, zich aan dat Koninkrijk gaf. Die alle gerechtigheid in praktijk bracht, al kostte het Hem alles. Maar Hij geloofde erin. Die melaatsen geloofden erin, op Zijn woord. En ze genazen. Eén besefte aan Wie hij dit te danken had en kwam terug om Hem te danken. Dat was een Samaritaan. In de joodse geschiedschrijving afgedaan als een volk van halve heidenen, import uit Babel, ze dienden wel de Eeuwige, maar ook nog een stuk of zeven andere goden erbij. Deze Samaritaan was dus niet alleen lichamelijk melaats, maar in religieus opzicht ook. Die hoort er niet bij! En uitgerekend wie er niet bij hoort, komt terug om Jezus te danken, een mooie omkering van de verhoudingen: de vreemdeling die doet wat de ‘eigen’ mensen hadden moeten doen - tot hun beschaming. De buitenlander die het goede voorbeeld geeft. Net als de vreemdeling uit het boek Jesaja die dacht dat hij er niet bij hoorde als hij de Eeuwige dient, zal Die hem opnemen in zijn huis, hem aanvaarden en vreugde schenken. De Samaritaan komt terug en verheerlijkt God. Hij valt Jezus te voet, hem dankend. In het Grieks staat daar eucharistoon - ons woord eucharistie of avondmaal. Hij bracht het offer van zijn dank, zoals wij vaak doen bij de Maaltijd van de Heer. Dan kunnen ook wij beseffen wat Hij voor ons deed, en bedenken wat wij doen voor Hem en voor elkaar. Zien wij ons leven als dankoffer? Geven wij met ons doen en laten antwoord op wat God ons gaf in Jezus? Als wij dat doen, vormen wij samen het lichaam van Christus, delend met elkaar. Dan is het Koninkrijk van God, hoe klein en onaf nog, toch al onder ons. In de Naam van de Vader, de Zoon en Heilige Geest. Amen.
Schuilkerk
Preek en overdenkingen
Inmiddels is er een aantal diensten te zien op ons eigen You Tube kanaal Lutherse kerk Gorinchem Dienst Ds Erwin de Fouw Kerkdienst 11-4-2021 Ds. E. de Fouw - YouTube Dienst Ds Marloes Meijer uit Engelen: Kerkdienst 30-05-2021 ds. M.Meijer - YouTube Dienst Pastor Pieter Visschers: Kerkdienst 20-6-2021 Pastor Pieter Visschers - YouTube
Preek 22 mei 2022 Uitgesproken door Ds Marloes Meijer uit Engelen: Overdenking 22 mei 2022 Preek Ds Gert Landman 18 september 2022 Preek Maarten Diepenbroek 25 september 2022 Broeders en zusters, We hebben gezongen: Gij die de schoonheid zelve zijt. Ik heb U lief, o wonderschone, o schoonste licht, gezegend aangezicht. Daar kun je ook de opluchting in voelen van die melaatsen uit het evangelie: weer kunnen zingen van schoonheid, van een schoon aangezicht. Juist als je jarenlang hebt moeten voelen dat je niet om aan te zien was, als mensen de andere kant op keken als ze jou zagen, met je geschonden gelaat. Met je melaatsheid, die voortschrijdende aantasting van je huid, waardoor je op het laatst ook zelf niet meer in de spiegel wilde kijken. Misschien dat bijvoorbeeld mensen met wijnvlekken of een verbrand gezicht daar iets van meemaken: altijd vreemde blikken, of zelfs afgrijzen in de ogen van anderen je moet behoorlijk sterk in je schoenen staan om dan geen afkeer van jezelf krijgen. Of, in de voorbeelden van de profeet Jesaja, de vreemdeling die zegt: De Eeuwige zondert mij zeker af van zijn volk; en de kinderloze, die zegt: ik ben maar een dorre boom. Er zijn allerlei mensen die iets van zichzelf vreselijk vinden, die hun eigen spiegelbeeld haten. Moet je eens kijken, geen gezicht. Iedereen lacht me uit. Dan kunnen anderen nog zo hard roepen: welnee, je bent niet te dik, je bent niet te mager, je bent niet lelijk, je wordt helemaal niet uitgelachen toch kunnen mensen dat zo voelen. Elke blik die ze op zich gericht zien, lezen ze als meewarig. Elke gefronste wenkbrauw is afkeurend in hun richting. Moet je zien hoe ze kijken! Als ik dan met zo iemand meekijk, zie ik zelf niets bijzonders. Die kijkende mensen zijn waarschijnlijk niet eens met hen bezig. Maar wie onzeker is, een lage dunk van zichzelf heeft, ziet overal spot en hoon, hoort mensen lachen en denkt meteen: zie je wel, ze lachen om mij . Waar je bang voor bent, zie je ook gebeuren. Alsof je het oproept: ze moeten me niet. Buitengesloten ben ik, lelijk ben ik - een soort melaatse. Die melaatsen, bij Lucas zijn dat er tien. Tien is in de joodse traditie het benodigde aantal voor een gebedsdienst van de gemeenschap. Dat maakt melaats zijn nu zo erg: dat je van de gemeenschap uitgesloten bent. Je mag niet eens meedoen met bidden. Geen contact met mensen en zelfs niet met God. Met zijn tienen zouden deze mensen een teken kunnen zijn van Gods Koninkrijk, bijeen in lofzang en gebed. Maar juist dat mag niet. En nu zijn ze op een andere manier bijeen, buiten de officiële samenkomst. Niet de lofzang, maar hun nood brengt hen samen; hun gebed is een kyrie-gebed: Meester, ontferm U over ons! En dan gebeurt er iets vreemds. Jezus stuurt ze naar de priester. Juist waar ze niet mogen komen, de samenkomst waar het getal tien vereist is, daar moeten ze met zijn tienen verschijnen om God de eer te geven, als een kleine gemeente die God mag danken voor zijn zegen over hun ellendige bestaan. Ze worden alleen niet ter plekke door Jezus genezen. Ga en laat je zien, zegt Hij. Pas wanneer ze op weg gaan, gebeurt het: Terwijl ze gingen, werden ze gereinigd. Ze moeten zelf iets doen. Zelf erin geloven. Terwijl ze nog steeds ziek zijn, moeten ze op weg naar de priester om hun genezing te laten vaststellen. Jezus doet een beroep op hun eigen inzet, hun wil om verder te komen, hun geloof in het woord van de Heer. Vandaar dat Jezus ook zegt tegen die ene die terugkomt om hem te danken: je geloof heeft je gered. Dat is beslissend: zijn geloof. Zijn durf om met zijn misvormde gezicht, zijn zieke lijf op weg te gaan. Gewoon te doen wat Jezus zegt, in het vertrouwen dat het goed komt. Het is alsof Jezus die mensen al gezond ziet. En dat ze dat ook worden wanneer ze naar zichzelf durven kijken, met zijn ogen. En dat geldt voor al die mensen die zichzelf lelijk vinden of ontoonbaar of belachelijk in de ogen van anderen. Hoe anders zou het worden als ze konden toelaten, durfden te voelen dat er ogen vol liefde op hen gericht zijn. Waar hun lage zelfbeeld hen ertoe brengt om overal meewarige ogen te zien - dat ze nu blikken ontvangen die hen aanmoedigen: ik zie wat in jou, je bent een prachtig kind van God! Jezus kijkt niet vol afgrijzen maar aanvaardend en bezielend. Kom op, kom overeind, ik zie een mooi mensenkind, wees dat dan ook! Laat je ware gezicht zien. Het gezicht dat zo lang verborgen is geweest, bedolven onder een dikke laag angst of onzekerheid, schaamte of zelfmedelijden. Dat ware gezicht kan weer worden opgedolven door Jezus, en door ieder die Hem navolgt in zijn acceptatie van mensen. Onder het stof vandaan gehaald, of onder welke negatieve laag iemands gezicht ook maar bedolven was. Delf mijn gezicht op, maak mij mooi. Zeg mij dat ik gerust mijzelf kan laten zien. Aan de priesters, aan de gemeenschap, aan alle mensen. Zeg me dat ik de moeite waard ben. Zeg het mij alsjeblieft, in Jezus’ naam. Ik wil het van een ander horen. Iemand die iets in mij ziet. Delf mijn gezicht op. Laat mij niet stikken achter het masker dat ik draag. Ontmasker mij. Misschien stribbel ik wel tegen. Omdat het zo bloot voelt zonder mijn masker, zonder al die gezichten die ik heb leren trekken om te overleven. Mijn stoere gezicht. Mijn gedweeë gezicht. Mijn poeslieve gezicht. Mijn ondoorgrondelijke gezicht. Maar ik wil veel liever wèl doorgrond worden. Doorgrond en ken mijn hart, o God. Ontwapen mij, vind mij, laat mij tevoorschijn komen. En dan klinkt die stem die mij uitdaagt: ga dan. Trek erop uit. Laat jezelf zien. Toe maar. Durf maar. Durven wij? Gaan wij als die melaatsen uit onze gebrokenheid op weg naar heelheid? Durven wij daarin te geloven, ook als we nu nog vooral gebrokenheid zien? Geloven is vertrouwen op wat je nog niet ziet. Niet wachten tot Gods Koninkrijk aanbreekt, maar in zee durven gaan met een woord. Het woord van iemand die ons ziet. Die iets ziet in ons. Die ons aanspoort iets in elkaar te zien. Die ons op weg stuurt, naar anderen toe. Iemand die zelf ook op weg ging, zich aan dat Koninkrijk gaf. Die alle gerechtigheid in praktijk bracht, al kostte het Hem alles. Maar Hij geloofde erin. Die melaatsen geloofden erin, op Zijn woord. En ze genazen. Eén besefte aan Wie hij dit te danken had en kwam terug om Hem te danken. Dat was een Samaritaan. In de joodse geschiedschrijving afgedaan als een volk van halve heidenen, import uit Babel, ze dienden wel de Eeuwige, maar ook nog een stuk of zeven andere goden erbij. Deze Samaritaan was dus niet alleen lichamelijk melaats, maar in religieus opzicht ook. Die hoort er niet bij! En uitgerekend wie er niet bij hoort, komt terug om Jezus te danken, een mooie omkering van de verhoudingen: de vreemdeling die doet wat de ‘eigen’ mensen hadden moeten doen - tot hun beschaming. De buitenlander die het goede voorbeeld geeft. Net als de vreemdeling uit het boek Jesaja die dacht dat hij er niet bij hoorde als hij de Eeuwige dient, zal Die hem opnemen in zijn huis, hem aanvaarden en vreugde schenken. De Samaritaan komt terug en verheerlijkt God. Hij valt Jezus te voet, hem dankend. In het Grieks staat daar eucharistoon - ons woord eucharistie of avondmaal. Hij bracht het offer van zijn dank, zoals wij vaak doen bij de Maaltijd van de Heer. Dan kunnen ook wij beseffen wat Hij voor ons deed, en bedenken wat wij doen voor Hem en voor elkaar. Zien wij ons leven als dankoffer? Geven wij met ons doen en laten antwoord op wat God ons gaf in Jezus? Als wij dat doen, vormen wij samen het lichaam van Christus, delend met elkaar. Dan is het Koninkrijk van God, hoe klein en onaf nog, toch al onder ons. In de Naam van de Vader, de Zoon en Heilige Geest. Amen.
.